Gedichten

boomervaring

 

hier in de boom hunkeren takken naar hoogte
terwijl de stam hen aan de wortels bindt

hier in de boom bewonen de vogels
gratis netwerken, het groen buigt met de zon mee
er is zoveel vers gezelschap in de lente

hier in de boom staan de lippen van het blad
nooit stil, ze fluisteren als dorpelingen

wat ze meemaken: dat rijden, je verplaatsen
om steeds een ander voor je te vinden, nee 

blijven staan, je data vatten in jaarringen 

 

oktober 2020; Klimaatdichters, gedicht van de maand
https://www.klimaatdichters.org/gedicht-van-de-maand

 
 

heel de wereld

 

hier beland, nemen de ganzen
het ene na het andere perceel te grazen
hele continenten hebben ze in de veren
vet raaigras dicteerde hun trek
niet gehinderd door hoogbouw

héél de wereld is hun weiland

miljoenen voeten stappen de nacht in
het donker als deken, over asfalt

in bootjes in vrachtwagens door modder
om hun bestaan ergens anders weer
in handen te krijgen, op vluchtsandalen
richting vrijheid,
aan de zolen ligt het niet
die gehoorzamen, zijn nooit moe
door te gaan ontstaan er wegen
maar al bereik je de groenste landen
niets is zeker

 

in : de Moanne, dec. 2019

 

 
 

Kaartrijden

 

Binnenkomen over talloze wegen.
Warme winkels wachten met open monden. Gevels vrijen
met toeristen voor zolang de foto duurt. Je zet geen stap
zonder wat je meezeult, Tokio huist in een Japanner,
Moskou in een Rus.

Deze hoofdstad vangt zijn panden op met grachten, in rimpels.
Tussen de overkanten haakt trottoirklets aan terrasverhalen.
Straten kunnen alles. Je met stromen fietsers als vanzelf mee
verplaatsen van Oost naar West. Hartzeer afvoeren over
het asfalt, getuigen als er valt te vieren, hoeken en puien
inkleuren met herinneringen.
Ze verdragen voetstappen van wie een moord heeft gepleegd;
je weet het niet. Hele levenswegen kruisen de jouwe
in een moment van oogcontact.

De hoofd- en dwarsstraten die je nam, hebben een plattegrond
in jou gereden. Trouw is stenen vreemd. Verdiepingen
worden verhuurd, romances ingeruild.
Pleinen omarmen aldoor passanten.

 

voor: Ballustrada, jg.32, 2018, nr. 1/2

 

 

Vleugelvlug

 

Het is een tocht geweest van enkele duizenden kilometers
waarna de vleugelvlugge zwaluwen hier aankomen

je hebt koplopers, die ons eraan herinneren dat we ze
misten en de roep ontlokken: hé daar zijn ze weer

en laatkomers, die de reis is tegengevallen met veel wind
en medetrekkers uit hun zonland naar het noordelijk halfrond

direct plakken ze hier de modder met hun spuug
onder dakbalken zoals zwervers karton spreiden onder bruggen

naar een land vliegen dat bevalt, je kroost daar grootbrengen
is behalve een flitsend feestje voor de oranjegebekte jongen

ook voor ons een troost; wij zijn teruggevonden
het rappen op de dakrand pimpt de zomer op

voor: Juni-Gedicht 2017/ School der Poëzie

 

 

 

Nest

 

Geborgenheid herinner je je als uit een vorig leven.
En in de jaren op kamers zie je minnaars binnen komen en weer wegtrekken.
Een stoet gezichten, waar je negen van de tien keer de toekomstige in vermoedt.
Tot je in een vlaag van hartewind diegene vindt in wie de nacht
vol nieuw blad schiet. Takken om je op te vangen.
Het zwaargewicht van een stam, meewiegend als het waait.
Liefde is uit niets een nest vlechten. Maar nooit wordt er zo hard gelijmd of
er raken naden los. Met onstuimige woorden een storm kalmeren.
Gewoon,in en uit vliegen.Onder twinkel van een kroon.

 

bij 'Liefde' van J.Slauerhoff, dichters van nu spiegelen diens verzen, 'In zijn gedichten kunnen we wonen'(uitg.Spleen, 2016)

OP ASFALTGRIND 

 

je weet nooit waar, met wat
of wanneer je een verlies te boven komt

niet op vakantie in een Franse stad
aan een plein in het historische hart

niet op een hoogtijdag bij het eten
in een veelbelovend restaurant

je weet nooit waar of wanneer

er winst wordt losgewoeld
als bij het grondverzet een vondst

in een file, in een steeg achter
de koffie met een schuimcapuchon

of met je kar vol boodschappen
op de parkeerplaats van Auchan

ineens de maan die rimpelt
in een regenplas

 

Poëziekalender 2015, uitg. Van Oorschot

Uitzicht

 

wat er ook is te zien
het wordt omkaderd door het raam

in zijn oogopslag verschijnen
en verdwijnen de meeuwen
over de vensterbank heen verlang je
naar zeelucht en je gaat

op vakantie waar je gelijkvloers
leeft met het gras

terug in de stad sluimeren
de uitzichten nog op je netvlies

in de stad waar ramen
staren naar andere ramen

en alles waar je zicht op hebt
jou bewoont

uit:'Niet het moment maar het nagonzen', (Palmslag, 2014)

 

© van alle teksten rust bij de auteur