toen ik op een dag een la opende
was het of papier er even in bewoog
of de a-viertjes met mijn notities leefden
alsof de opzetjes me in de armen konden vliegen
of ze jengelden om verzorging en me vroegen
hun handen te geven en voeten en
van eerdere versies in volgende te steken
in de kleren van hun eigen klanken
de gedichten mijn dochters tot ze
met wat ik hun meegeef mij ontgroeien
Dien L. de Boer